Op maandag rijden we richting Tennant Creek, waarover al is geschreven (met name de chinees). De camping wordt door ons alleen gebruikt als slaapplek en na een kleine tocht naar een mooi uitzichtpunt kruipen we vroeg in bed. Nog vroeger dan normaal, want op dinsdagochtend willen we voor de zon op komt bij de Devil’s Marbles zijn (ruim 100km verderop). Volgens Aboriginal geloof zijn dit de eieren van een Mythische slang, en het is een heilige plek voor hen. (geologen denken heel anders over het ontstaan…) We zijn precies op tijd voor zonsopgang, het is een fantastisch gezicht de ronde gestapelde stenen van kleur te zien veranderen. Er staan een aantal informatieborden die verhalen over het gesteggel met land terug geven aan de ‘original owners’. Aan de ene kant is dat mooi, aan de andere kant maakt het me een beetje triest dat er zoveel gedoe is gekomen in dit land ‘sinds de kolonisatie’. Als we bij het verderop gelegen Barrow Creek aankomen, niet meer dan een benzinestation, hotel en minimarkt, blijkt dat maar des te meer. Hier zijn bijvoorbeeld als vergelding voor het doden van 3 kolonisten 160 (!) Aboriginals vermoord. Barrow Creek is een unieke plek op aarde en dan met name het hotel.
Als we uitstappen vraagt Hannah of we koffie kunnen krijgen. ‘Through that door’, menen we te verstaan. Wat we aantreffen is een bonte verzameling van letterlijk alles wat iedereen daar in de afgelopen 100 jaar heeft achtergelaten. Schoenen, bankbiljetten, slangen op sterk water, een piano, boeken. De foto’s zullen voor zich spreken. En, jawel, een boiler met heet water, oploskoffie en een paar groezelige koppen. Tijdens het koffie drinken raken we aan de praat met de vrouw des huizes. Ze lijkt ons een tikje depressief, en na haar een hart onder de riem te hebben gestoken dat ze ‘het goed doet’ vertrekken we richting Ti Tree. De belofte van een huisgemaakt mango ijsje wordt op de mangofarm meer dan goed gemaakt. Wederom een ontmoeting in the middle of nowhere. Wel gebeurt er weer iets vreemds. De auto van de bezoekende Aboriginals heeft een lege achterband en de eigenaar van de shop een compressor. Als hij naar buiten komt om te helpen doet hij nota bene zijn hele shop op slot. Ik vraag me af of hij dat ook zou hebben gedaan als wij een lekke band hadden…
Het doel van vandaag is, jawel, Alice Springs in The Red Center. Via het creatieve gehuchtje Aileron bereiken we dit ook (was best een lange reis!) en strijken neer op een 4 sterren Big4 camping. Ook op deze luxe camping betalen we slechts ongeveer 28 euro met zijn 2-en per nacht. We blijven er uiteindelijk twee nachten en bezoeken het Reptile Centre (nu een dikke olive python om onze nek), het Flying Doctors museum, een lokaal ‘nationaal’ museum, een verzameling oude vliegtuigmeuk genaamd het ‘aviation museum’, de lokale arts en crafts workshop (kado’tjes voor het thuisfront) en een verzameling werkelijk waar schitterende Aboriginal doeken. Op woensdag de 11e hebben we ons aangemeld voor een quad tour op een cattlefarm. We krijgen een leuk consistent verhaal te horen tijdens de 2 uur durende rit door het stof. We leren over upside down rivers, ‘mustering’ (veedrijven, wat ze dus nu met quads en heli’s doen in tegenstelling tot de ‘Jillaroo’ te paard die we op de reis naar Alice Springs zagen onder het toeziend oog van haar vader de ‘Drover’) en de strijd met de watervoorziening. Er valt gewoon te weinig regen terwijl de koeien er zijn voor het vlees.
Zonder regen geen gras, zonder gras geen vette koeien, zonder vette koeien geen inkomsten. Vandaar ook het bijklussen met de quads! Sinds afgelopen zondag weten we trouwens dat er farms zijn die de koeien opmesten voor de export, met name rond de staat New South Wales. We zetten die avond voor de tweede keer in twee dagen onze tent op op dezelfde camping (we zouden eigenlijk op woensdag al naar Yulara vertrekken), doen voor twee dagen boodschappen omdat het daar nogal duur schijnt te zijn en, jawel, duiken weer eens op tijd onder de wol. 450 kilometer naar Yulara door de felle zon voor de boeg!
(Richting) Alice Springs
Filed under: Australia 2015