Het is inmiddels dinsdagmiddag de 17e en we besluiten om even te lunchen aan het water (de zee dus). Helaas wijst de dame bij de receptie ons eigenlijk een beetje naar de verkeerde kant en we komen terecht bij hotels en iets te sjieke restaurants. Niet het leuke strandtentje met de coole surfdudes en -chicks waar we op hoopten. Hannah wordt voor het eerst in ruim 2 weken redelijk bot behandeld (leuk, zo’n stad) en na het drankje en de tosti taaien we af richting onze favoriete plek deze vakantie: supermarkt Coles. Hier halen we eten voor de komende twee dagen, want ook deze camping heeft een uitstekende keuken die je kan gebruiken als gast. Dinsdag heerlijke biefstuk, woensdag gehaktballetjes met pasta. De woensdag gebruiken we voor twee dingen. Als eerste gaan we op zoek naar de illustere bier brouwerijen die zich hier in de omgeving zouden moeten ophouden. De eerste twee die we vinden zijn dicht (off-season) maar de derde, de Prancing Pony, is wel open. Het is ongelooflijk in wat voor een vreemde omgeving deze best stoere micro-brewery staat. Tegen de berg aan maar ingeklemd tussen allemaal autodealers. We eten een superlekkere hamburger en draadjesvlees, drinken een lekker biertje en verbazen ons over de Royal Enfield motor uit 2002 die binnen niks staat te doen en, zoals alle motoren hier, veel te hard glimt. We nemen vooral veel foto’s van de plek!
Hierna rammelen we de i20 terug richting de stad om een kijkje te nemen in de wijk Semaphore, een soort Zandvoort aan Zee. Met een pier, lekkere ijsjes, super lekker weer en een chille ambiance. Als we de pier oplopen zijn we de geluksbrengers voor de krabvissers. Na onze aankomst wordt de een na de andere uit het water gevist, met zelfs een kleine inktvis aan de haak, die helaas wordt verspeeld door de visser. Als het beestje van de lijn valt, laat het een dikke klodder inkt achter in het water. Overigens wordt de grootte van de krab niet heel precies gemeten. Onder een bepaald aantal cm moeten ze worden teruggegooid, maar dat is voor meerdere interpretaties vatbaar… Door Semaphore, een prima wijk om te wonen, rijden we terug naar de camping. We kletsen weer met de jonge leraar die hier met 10 Aboriginal kinderen verblijft tijdens een soort studieweek. Best een uitdaging!
Op donderdag moeten we al vroeg de auto inleveren. Omdat we op vrijdag met de trein naar Melbourne gaan droppen we eerst onze spullen bij een hotel in de buurt van het station. Geen lift, wel een kamer op de eerste etage. Beetje improviseren dus. We hebben op dat moment nog een berg aan kampeerspullen die we hoogstwaarschijnlijk niet meer gaan gebruiken, waaronder de tent die nu toch echt wel sporen van gebruik vertoont en het waarschijnlijk niet heel lang meer uithoudt. ‘s Avonds doneren we de hele mikmak aan de uitsmijter van het hotel/casino, die er oprecht blij mee lijkt te zijn. Los van de nieuwe kickass gaspit en het olielampje gaat de hele Decathlon inventaris de deur uit. Nadat we hebben ontbeten met de meegebrachte broodjes, met uitzicht over het park dat Noord- en Zuid Adelaide van elkaar scheidt, vertrekken we richting een van de grotere shopping-straten. We verbazen ons over de naderende kerst, de versieringen, de muziek. Dit alles onder de stralende zon, bizar.
We arriveren bij het eerste concrete doel van deze dag: de barbier. Ik laat mijn baard bijwerken onder het genot van een snoeihard aan staande televisie en reken daar $10 voor af (ongeveer 7 euro). Het ziet er weer picobello uit. Later komen we er achter dat ze zijn vergeten om de twee drankjes af te rekenen die we hebben gehad. We laten het maar even zo, en zien het als het ‘nemen’ na het ‘geven’ van de kampeerspullen. Na een gezonde lunch in de vorm van een ‘vegie-wrap’ zien we tot onze schrik dat het al 14:30 is geweest. We willen voordat Hannah zich gaat laten verwennen bij de pedicure nog even naar de St. Peter’s Cathedral, die ‘s avonds niet open is. We ren-lopen er naar toe, krijgen een minitoer door de aanwezige gids, ren-lopen weer terug, worden een stukje gebracht door de bus (we hoeven niet te betalen) en ren-lopen naar de pedicure die inmiddels al belde waar we bleven. 15 minuten te laat komen we binnen, maar het is geen probleem. Prachtig gelakte nageltjes is het resultaat.
We wandelen kris-kras door de stad in de richting van ons hotel en, met opzet, ook restaurant Gaucho’s. Daar eten we een geweldige steak, gevolgd door een ijsje aan de overkant. We kunnen de bus naar het hotel niet goed vinden en wandelen de 3km terug. Moe maar voldaan vallen we in slaap.
Adelaide
Filed under: Australia 2015