Op maandagochtend worden we gewekt door de vogels. We zijn er inmiddels achter dat elke camping een faciliteit heeft om zelf te koken, dus het meegebrachte campinggaz brandertje blijft in de tas. Na het eitje en de douche maken we een korte wandeling naar het strand door het mangrovebos (we zitten in de jungle, remember?) De beloning, een bountystrand met hemelsblauwe zee en kokospalmen. Een bord waarschuwt ons dat het stinger-season is aangebroken: gevaarlijke kwallen met lange tentakels. Daarnaast is het ‘mating-season’ van de krokodillen, wat betekent dat ze extra territoriaal zijn en soms wel eens een uitstapje maken naar de monding van de rivier (in zee dus). Geen uitnodiging om eens lekker te gaan zwemmen… Gellukkig heb ik mijn oude rolstoel meegenomen, wat betekent dat we makkelijk door de bossen kunnen karren met die grote voorwielen.
Tijdens een best wel lekkere cappucino aan de overkant van de weg boeken we een snorkeltoer voor woensdagochtend, de dag dat we ook richting het zuidwesten gaan. Hou trouwens bij alle verhalen in het achterhoofd dat, als het niet over een stad gaat, gebouwtjes meestal niet heel veel meer zijn dan vier muren met een dak. Het kan namelijk elk moment overstromen… Naast de camping ligt ook een mooie 1400 meter ‘boardwalk’. Houten vlonders die dwars door de jungle liggen. We zien er schitterende bomen, vlinders, vissen, een wandelende tak en een paar verdwaalde fazanten. Af en toe realiseren we ons dat dit niet ‘Artis’ is, maar echt! Het ligt er al miljoenen jaren en is (volgens de Aussies) het oudste rainforest op aarde.
Om niet te veel stil te zitten rijden we ‘s middags weer terug richting de rivier om een krokodillentour te doen. Ondanks de waarschuwing van de doorleefde outback-girl achter de kassa dat we waarschijnlijk niks zien (we krijgen wel een extra kaartje voor de volgende dag) vanwege high tide stappen we toch in. De beloning : een enorme zwarte mannentjeskroko op de rechteroever en een prachtig jong exemplaar van 1 meter op de linker. Vanwege mating-season zijn alle vrouwtjes-kroks vertrokken van de rivier om een nest te bouwen elders. Maar het is te prijzen hoe onze gids een enthousiast verhaal kan doen op 5 kilometer varen. Klein detail, de kroko tour ligt aan de overkant van de rivier en een retour kost $25 dollar (E17.50). Op de terugweg hangen we de cheap-ass Nederlander uit en zeggen dat we niet wisten dat we ook aan ‘deze’ kant konden worden opgepikt. De lieftallige dame gelooft ons, maar wel weer NADAT we bewijs hebben overlegd dat we daadwerkelijk een krok-tour hebben gedaan… We zijn er inmiddels achter dat een ‘retour’ ticket eigenlijk nooit wordt gecheckt, iets dat de volgende dag weer in ons voordeel gaat werken. ‘s Avonds eten we in het restaurant van de camping. Prima eten.
Op dinsdag gebruiken we voor de tweede keer ons retourticket voor de ferry. In Mossman kopen we een bad-ass brander om ons eigen potje op te kunnen koken. Het is allemaal niet goedkoop maar het levert ons een hoop plezier op voor de rest van de reis. Als we thuiskomen moet er even een andere slang aan maar dan heb je ook wat. We rijden naar Smithfield om de Skyrail te doen. Een 7 kilomter lange skilift over de toppen van de jungle. Via twee tussenstops belanden we uiteindelijk in een ubertouristisch dorp. Ik koop er wel een Crocodile Dundee hoed. De locals sponsoren. Op het eerste tussenstation krijgen we een kleine tour van ranger Rob (Ranger of the month!) die ons toch best wel leuke dingen vertelt over wurgvijgen, varens, treesnakes en het gevecht om het zonlicht (van de bomen dus) Absolute kampioenen zijn metersdikke bomen die een afschudbare bast hebben (zodat er niks tegen aan kan groeien) en alleen takken helemaal bovenin, die net zo breed zijn als de boom hoog is. Imponerend. Op de terugweg vullen we de gasfles bij een shabby garage en kopen een ENKELE reis voor de ferry (fuck the system). Slapen als een blok!
De eerste dagen
Filed under: Australia 2015