De bus naar Adelaide

Om van Alice Springs naar Adelaide te reizen hebben we voor maandag 16 november de Greyhound bus geboekt. Er staat ons een reis van ongeveer 1500 kilometer te wachten (10:30 – 7:30) door het hart van Australie. We verwachtten niet dat hier heel veel te doen of te zien zou zijn, dus lieten we de auto achter (yeah just drop the keys in the box, the car is fine right?) en checkten nog even in in een luxe hotel voor een goede nachtrust. Als we aankomen bij de vertrekplaats blijkt de bus bij lange na niet vol te zitten. Om die (structurele) reden klust Greyhound er een beetje bij als postbode! Er liggen een 6-tal postzakken die onderweg worden afgegeven. Indien er iets moet worden opgehaald onderweg uit een van de mailboxes steekt er een vlag uit. Middels een portofoon houden de chauffeurs elkaar op de hoogte waar er iets moet worden opgehaald.Onze chauffeur heet Ben, een man met grote verhalen, en het is best een slimme kerel. We vermoeden dat de vrouw van Ben het grote geld binnenbrengt en dat hij lekker zijn ding doet op de bus, de road train en alles waar je maar een beetje lol in kan hebben. Het eerste deel naar Coober Pedy gaat als een speer voorbij, we praten wat af met hem. We wensen hem het allerbeste, ook met zijn verhuizing terug richting Brisbane, later die week. In Coober Pedy hebben we even tijd om iets te eten. Geen haute cuisine, maar de frietjes smaken best goed! Als we weer richting de bus lopen worden we achterna gezeten door ‘de dorpsgek’. Hij staat er op dat ik een zwart juwelendoosje van hem aanneem met daarin twee opalen. Ik probeer te weigeren, maar de man pakt mijn hand stevig vast en drukt daar het kado in. Coober Pedy is het hart van de opaal mijnen, je ziet grote hopen zand die het resultaat zijn van het lukraak graven van enorme gaten, op zoek naar dit gesteente.

In Coober Pedy haken ook nog een aantal mensen aan en bij de volgende stop probeert een vrouw met haar ticket van de dag ervoor alsnog mee te reizen. Het lijkt alsof ze oprecht een vergissing heeft gemaakt, en wij hopen dan maar dat de observatie dat ze een Aboriginal is er niet aan heeft bijgedragen dat ze niet mee mag. De rest van de reis kunnen we het best omschrijven als ‘volhouden’.Als we uiteindelijk om half acht in de ochtend in een ontwakend Adelaide aankomen kan het contrast bijna niet groter zijn. Mensen gaan netjes gekleed naar hun werk, op hun doel af, met een koffie in de hand. Wij, al drie weken niet meer in de stad geweest, beetje groezelig van de reis, met onze 40 kilo bagage in een winkelwagentje dat Hannah heeft gevonden, moeten onze draai nog even vinden hier. We hebben een camping op het oog en vergelijken de Europcar en de Avis qua prijs en voorwaarden. Het maakt allemaal niet zo veel uit en we besluiten om de deal te gunnen aan de vrolijke dame van de Avis in plaats van de chagrijn van Europcar. Vol spanning lopen we naar onze auto, een Hyundai i20. Na de luxe Outlander is dit even wennen maar, hij heeft airco, rijdt zuinig en alles past er in. We moeten even omschakelen naar het rijden in de stad (links rijden in de stad is wel wat anders dan op de highway) maar vinden onze weg naar de camping. Nadat we de tent voor de 10e keer hebben opgezet en het matje hebben opgeblazen crashen we even in de schaduw om de gebroken nacht wat goed te maken.