New Orleans

De foto’s bij deze post staan hier: https://sidecar-adventures.com/rl_gallery/new-orleans/

De rit van de Shack Up Inn naar New Orleans doen we in twee etappes door de lengte er van. We stoppen in de stad Jackson, Mississippi bij het Children’s Museum voor een stop van een paar uur en wat eten. Pas laat in de avond komen we aan bij de KOA (voormalig YMCA) camping even ten westen van New Orleans. We zijn weer de enigen met een hippie-mini-motorhome en hebben een prima plek vlakbij het zwembad, maar we kunnen er wel drie gebruiken, wat we ook doen.

In Nederland spreken we New Orleans trouwens uit als ‘Nieuwww Orliens’, maar dat is niet goed in de lokale tongval. Je zegt hier ‘niewOoorluns’, of liefkozend ‘NOLA’ voor New Orleans, Louisiana. Wat opvalt is dat het hier heet en vooral heel vochtig is. Omdat we hier niet voor de camping alleen komen gaan we na een verfrissende (ahum, ook het zwembad is 25 graden) duik richting een muziekfestival in het Louis Armstrong park in de stad. Hannah laat zich niet bedotten door de meneer die denkt $20 te kunnen aftroggelen voor het parkeren en al snel doneren we voor toegang tot het terrein van het Cajun en Zydeco festival. Het is er uitermate gezellig, mensen dansen op de muziek van de bandjes met trekzakken, violen, gitaren, wasborden en alles wat maar geluid maakt. En de muzikanten zijn steengoed, het is echt te merken dat muziek in deze regio een tweede natuur is. Na het eerste bandje zoeken we de schaduw een beetje op en ontmoeten daar een wat ouder stel die hier in de stad een timeshare heeft (1 week in het jaar een hotelkamer voor weinig). Ze komen bij Lake Placid vandaan en hebben het allemaal goed voor elkaar.

Ze zijn beiden een klein beetje alternatief ten opzichte van ons maar dat mag de pret niet drukken. Voorzichtig informeert hij naar de Nederlandse mening over Trump. Ik vertel hem dat ik hem niet zo gezellig vind maar dat er in Nederland ook best wat mensen zijn die hem wel ‘the next best thing since bread came sliced’ vinden. We stoppen snel met politiek, daar is het festival niet voor bedoeld. Hij rookt een jointje en ik moet even liggen na twee biertjes in de felle zon voor een powernap (nee ik heb niet aan het jointje gezeten mama). Het komt allemaal hard aan en ik moet wennen aan de hitte. Sal slaapt al uren onder zijn handdoek dus daar hebben we even geen kind aan. We denken dat hij heel erg hard aan het groeien is en laten hem lekker. We eten daar onze eerste ‘Gumbo’, die je in verschillende smaken kan eten maar die wij hebben is die met vis en krab. Goddelijk, en dat gewoon op straat! Het is een soort goulash maar dan prima te doen op een hete dag. Het recept komt van de grootmoeder van de vrouw van de kok!

De volgende dag lummelen we wat rond op de camping, doen de was en de afwas, ruimen op, plannen wat route en bellen dan met de ‘Swamp Tours’ of ze nog plek hebben om 16:00 uur om ons door het moeras te varen. Ja hoor, je moet er alleen wel om 15:45 zijn. Het is rond 14:00 en we hebben de motor aangezet om de airco even aan te houden. Maar de tank is leeg, de motor slaat af en we moeten eigenlijk wel een beetje opschieten. De mensen bij de receptie zijn super aardig, binnen 10 minuten hebben we een paar liter benzine in de tank die ons naar het benzine station kan brengen. Daar worden we ontvangen door een tandeloze junk die blijkbaar wel daar een baantje heeft en om wat geld zeurt want ‘het is zijn verjaardag’. We geven hem een dollar en als dank worden we getrakteerd op een uitspatting van spuug en viezigheid die ons beloofd dat ‘if you get to New Orleans I’m gonna give you a present, some CRACK’. Yeah, gas er op maar weer.

De swamp tour gaat uiteindeijk niet door doordat we 45 minuten compleet de verkeerde kant op zijn gereden naar een bedrijf met dezelfde naam naar wat blijkt een kantoor adres te zijn. Bummer. We mogen de volgende dag ook komen zonder dat we ons geld kwijt zijn, dat is dan weer fijn. We besluiten om naar de stad te rijden, waar we tijdens het eten (o.a. alligator) worden getrakteerd op een lawaaiconcert dat op de pijpen van de daar liggende stoomboot wordt uitgevoerd. Tenenkrommend, maar het hoort er bij. New Orleans is de meest Europese stad van de US en het ziet er erg Frans uit. De bekenste straat van NOLA, Bourbon Street, is met smurf een beetje off-limits, maar toch gaan we op zoek naar een plek om een drankje te drinken. Dat blijkt niet makkelijk; in de ene kroeg mogen we niet komen omdat er gokautomaten staan, in de andere mogen we niet aan de bar. We gaan ‘dan maar’ aan een tafeltje zitten en bestellen een cocktail, die heerlijk smaakt. 21+ wordt hier strikt gehandhaafd, it’s the law!

De volgende dag rijden we terug naar de stad over de wirwar van highways om de French Market te bezoeken en een ‘benier’ te eten bij Cafe Le Monde. Dat is ook het enige dat ze serveren, met poedersuiker overladen deeg uit de frituur. Best lekker, met een bak koffie er bij. De mooiste plek van de stad, aan de Mississippi, is vergeven aan het treinspoor. Wel kunnen we op een super kleine boulevard naar deze immense rivier kijken. Het is niet zo gek dat hier af en toe wat uitdagingen zijn met overstromingen! We kopen in een organische supermarkt een normale bagel en eten die aan de rand van het centrum op. Wederom een fantastische plek met platenwinkels, gekke podia, junks, gekkies en gelukkig, een brandweerauto in een kazerne om even naar te kijken.

We gaan deze keer de goede kant op, richting het zuiden en arriveren ruim op tijd bij ‘Airboat Adventures’. Onze gids is niet te verstaan zo plat als hij praat, maar dat mag de pret niet drukken en wat we kunnen verstaan is best grappig. Al snel worden we getrakteerd op alligators naast de boot, die op hun beurt weer worden getrakteerd op marshmallows. Beetje dubieus, maar het lijkt ze niet te schaden. Wel zijn ze gewend aan mensen, want ze komen allemaal wel heel erg snel naar de boot toe. Er volgt een harde klap (om ons af te leiden) en in eens heeft de gids een kleine alligator in zijn handen die we allemaal mogen vasthouden. Het voelt heel zacht aan, bijna als een vis. Deze is 2 a 3 jaar oud en ongeveer 60 cm lang. De gids houdt het beest (Fluffy) thuis en zal hem vrijlaten als hij/zij groot genoeg is. Het geslacht weet hij niet, dat kan je aan de buitenkant niet zien. Op de terugweg passeren we de lokale begraafplaats, waar naar verluidt de kisten weer opnieuw moeten worden begraven als er een overstroming is geweest. Lekker dan.

Mijn stelling (mensen die binnen aan het werk zijn, zijn chagrijnig en mensen buiten zijn aardig) wordt weer eens bevestigd door de dame waar we een ijsje kopen, maar na een race tegen de hitte van de zon om het ijsje op te krijgen en een alternatieve maar mooie route naar de camping kruipen we op de wol om de volgende dag onze weg te vervolgen naar Houston!