De foto’s bij deze post staan hier: https://sidecar-adventures.com/rl_gallery/memphis/
In Memphis heeft Hannah een super schattige kleine camping gelegen aan de zuidwest kant van de stad gevonden. Op de T.O. Fuller State Park Campground hebben ze zowaar een ‘accessible’ plek die helemaal is geasfalteerd. De toiletten zijn niet om over naar huis te schrijven maar we zitten midden in het bos, met de daar bij behorende hoeveelheid muggen. Bij het inchecken wordt ons nog verteld dat er een soort ‘host’ op de camping is genaamd Robert maar dat we hem gewoon mogen negeren. Hij rijdt af en toe voorbij voor zijn controle rondje en doet zijn dingetje. Helaas let hij niet helemaal goed op want iemand heeft het voor elkaar gekregen om de grote vuilnisbak in de fik te zetten. Wat eens rood was is nu zwart van buiten en binnen, maar wij gooien er maar gewoon onze spullen in. Het wordt wel opgehaald.
We moeten boodschappen doen en krijgen onze eerste indruk van (dit deel van) Memphis en dat is geen beste: kapot, vies, verlaten, verbrand, beetje louche. We rijden voorbij aan de eerste kleine supermarkt die we vinden want dat geeft niet zo’n heel best gevoel. Een paar mijl verder is een prima supermarkt. Bij het verlaten van de supermarkt wordt ik aangesproken door een man in een rolstoel. Of ik wat geld heb. Ik zeg hem dat ik best iets voor hem uit de supermarkt wil halen maar dat ik hem geen geld geef. Hij wil bier en even twijfel ik of dat nu wel de bedoeling is maar besluit dat het niet aan mij is om te oordelen of hij dat wel of niet mag en haal een Budweiser voor hem. Het ga je goed beste man.
Sal gaat voor het eerst deze vakantie zelf op onderzoek uit op de camping richting de speeltuin waar andere kindjes spelen maar komt al snel huilend terug rennen met de schrik in zijn ogen. Op het gras liggen twee dode vogeltjes die waarschijnlijk uit een nest zijn gevallen, maar al in verregaande staat van ontbinding zijn. Onze held die vindt dat ‘alle muggen dood moeten’ moet nog even wennen aan de consequentie daarvan. Ik probeer hem tijdens onze mannen-zoeken-eekhoorntjes-wandeling over de camping nog iets daar van bij te brengen maar dat is waarschijnlijk nog iets te vroeg.
Als ik daarna het vuurtje nét heb branden met het resterende hout dat we hebben meegenomen uit Nashville (oooohhh dat mag eigenlijk niet) begint het te regenen dat het giet. We kennen dit dus inmiddels, gooien het voor dit doel aangeschafte heavy-duty zeil over de spullen en vervolgen het koken en eten onder de gezamenlijke shelter. Daar ontmoeten we na het eten ook een Zwitsers studentenstel dat voor een deel dezelfde reis maakt als wij (we komen ze later weer tegen in New Orleans) Het begint hier wel danig warm te worden ‘s nachts, het koelt niet veel meer af dan tot een graad of 25 dus zetten we toch maar even af en toe de airco aan met draaiende motor om niet helemaal zonder slaap weer het bed uit te moeten.
In Memphis hebben we slechts 1 volle dag gepland dus op dinsdag gaan we op weg naar … Graceland. De plek waar Elvis ooit woonde, muziek maakte en zijn vrienden ontving is nu een zeer succesvol zakenimperium geworden met eten, congreszalen, tentoonstellingen en natuurlijk ‘de mansion’. We worden verplicht om in een busje de 300 meter naar het huis af te leggen en worden dan blootgesteld aan een immense rijkdom. Goud, ivoor, televisies, zilver, studio’s, paarden, een squashbaan, alles tot in de puntjes verzorgd. ‘The King’ verdiende blijkbaar zoveel geld, dat hij zich al dit moois kon veroorloven. Je sluit ‘de mansion’ af langs zijn graf (geen huilende fans deze keer), waarna je weer in het busje wordt teruggebracht. Daar bezoeken we nog de twee vliegtuigen die hij bezat en een tentoonstelling over de geschiedenis van de Amerikaans motorfiets. Helaas hadden we voor de auto tentoonstelling extra moeten betalen maar dat wisten we niet. Maar het is genoeg geweest, eigenlijk al te veel.
We moeten een beetje opschieten want om 17:00 gaat er iets heeeel spectaculairs plaatsvinden in het Peabody Hotel. Er gaan namelijk 5 eenden van de vijver van het hotel naar de lift lopen, onder luid applaus van alle aanwezigen. We hebben wel drie keer gehoord dat we dát moeten zien dus hebben een plekje vooraan weten te bemachtigen. Rond 16:45 begint een onverstaanbaar verhaal door de ceremoniemeester (in rood pak met hoed en een heuse dompteurs-stok) en jawel hoor, om 17:00 worden ze met zachte hand uit de vijver geleid, lopen over de rode loper naar de lift en verdwijnen naar hun kamer elders in het hotel. Wauw. (https://en.wikipedia.org/wiki/Peabody_Hotel#The_Peabody_Ducks) Sal vindt de gift-shop leuker want daar staat een roze Cadillac. 1 keer per week een kado’tje mag best en al snel sjeest het apparaat door het hotel. Op één slipper (die andere voet zit onder de muggenbulten) rent hij er achteraan, met een hoop ‘sweet’, ‘adorable’ en ‘beautiful’ opmerkingen om ons heen.
Eerlijk gezegd is het centrum van Memphis een beetje een tegenvaller (we zijn er ook op dinsdag) want het is er niet zo druk en uitbundig als Nashville. Het voelt een beetje ‘tense’ en als we een door een local aangeraden tent ingaan om iets te eten worden we zó schofterig behandeld dat we besluiten om daar weg te gaan. We eten de ‘best burger in the world’ bij een tentje met super aardige mensen, zien nog een optocht met Corvette’s met de burgemeester erbij (de enige blanke in de stoet) en besluiten dan dat het mooi is geweest.
De dag daarna staat de reis naar Clarksdale op het programma, een klein stukje rijden, dus we brengen ‘s ochtends nog een bezoek aan de fan-tas-tische Memphis Zoo (geen sarcasme). Het is superwarm, we smeren ons goed in en genieten van alle apen, alle soorten katachtigen, olifanten, slangen en natuurlijk de panda’s. Ook zijn er tijdelijk dieren gemaakt van LEGO te zien. Gemiddeld 75.000 stukjes per dier en wederom super mooi gemaakt. Voldaan stappen we in de auto richting onze volgende plek, de ‘Shack Up Inn’.