Grand Canyon

De foto’s bij deze post staan hier: http://sidecar-adventures.com/rl_gallery/grand-canyon/

Vrijdag 12 Juli breekt dan de grote dag aan. We gaan op weg naar de Grand Canyon. Op aanraden van de dame in het visitors center in Flagstaff nemen we de oostelijke route om nog even bij de Navajo Trading post langs te gaan voor wat glimmers en andere snuisterijen. Ik ben al een tijdje op zoek naar iets stoers voor om mijn pols. Bijna had ik iets gekocht in Flagstaff (Hannah heeft daar een stoere ring gekocht) maar dat was niet naar mijn zin. Te dun en te glimmend. Maar daar, op de kruising van highway 89 en 64 ligt-ie dan toch echt. Zwaar, dik, met een motief dat door een Navajo-zilversmid is gemaakt. Ik pingel nog 5% extra bovenop de 20% korting die al werd gegeven er af (excluding taxes) en loop als een blij jongetje weer naar buiten.

Dé armband

Maar je bent er nog niet als je de 64 oprijdt. Er wacht nog een uur richting Grand Canyon City, waar we een plek hebben gereserveerd op de Mather Campground. Na een 15-tal miles doemt daar de ingang van het park op. We pakken de ‘annual pass’ die we hebben gekocht om alle parken in te kunnen, de paspoorten en al snel rijden we rechtsaf de parkeerplek op naar de ‘Watchtower’ om even te toiletteren. Althans, Hannah en Sal. Maar als ik tijdens het wachten zo eens om me heen kijk zie ik wel erg veel mensen naar het toilet gaan en er bekruipt mij het gevoel dat ik er ook maar uit moet gaan omdat ik anders iets mis.

Ik ga de auto uit, volg het pad naar beneden naar de Watchtower, zie links een paar bankjes waar mensen op zitten te staren en zie … de adem benemende Grand Canyon. Wauw, wauw, wauw, wat een overweldigend uitzicht. Onmiddellijk voel ik me heel erg klein en nietig op deze plek als ik de miljoenen jaren oude, uitgesleten vallei zie met onderin, zo het lijkt, een lief klein riviertje, de Colorado River. Hij slingert zich door het landschap op weg naar de ‘Gulf of California’, onderweg een inmense geul (max 1900 meter diep) achterlatend die elk jaar een papiervelletje (0.1 mm) dieper wordt. Do the math zou ik zeggen!

Uiteraard is het heet hier dus is het tijd voor een ijsje om af te koelen. Als ik wil betalen zegt de jongen bij de kassa ‘I like your shirt’. Het is het Eddie Vedder shirt en ik vraag of hij wel eens een live optreden heeft gezien. Hij schudt nee en gaat door met de dingen die hij aan het doen was. Ik heb de creditcard overduidelijk nog in mijn handen, maar ook de dame om de hoek lijkt niet geïnteresseerd om die te gaan bekijken. We lopen gewoon weg, de vakantie is al duur genoeg. (We zijn super dankbaar dat we deze reis kunnen maken, en we kunnen het echt wel betalen, maar als je een kiks-voor-niks kan krijgen dan doen we dat gewoon)

Het weer slaat om op het moment dat we bij Mather aankomen. Zoals we later leren, in de middag begint het bijna altijd te regenen. Hannah ruilt de gereserveerde plek om voor een ADA want we weten inmiddels dat die plekken bijna nooit op internet te reserveren zijn. En hoera, wat een fijne plek. Een mooie combinatie van asfalt en gravel, een firepit en een picknick tafel, veel bomen en vlakbij het toilet (handig voor Sal die we nu zo veel mogelijk zonder luier laten lopen) De luier (speciale potty-train versie) noemen we overigens de onderbroek en zijn onderbroek de boxer. Dat de oma’s het even weten voor de komende logeerpartij!

Wat opvalt is dat er bij de ingang een bord ‘full’ staat maar dat dat bij lange na niet op de camping zo blijkt te zijn. We vragen ons af of ze een grote mate van no-show hebben, of dat mensen gewoon heel laat aankomen. Dat laatste is zeker het geval en dat eerste hebben we niet nagevraagd. En wauw, eng, geen bereik van een mobiel signaal op de camping, geen internet, geen WhatsApp, niet even iets opzoeken.

We doen boodschappen, Sal maakt even tijdelijk vriendjes met een buurmeisje, ik kook en we gaan allemaal moe maar voldaan naar bed. Deze dag belooft wat.

Op zaterdag besluiten we na een bezoek aan het visitors center ons verblijf hier met een dag in te korten. Want als je niet met je profi hiking boots, zonnehoed, riem met waterflessen en een ademend shirt met lange mouwen bij zonsopkomst klaar staat om de boonies in te gaan dan is er hier niet zo heel veel te doen (niet lullig bedoeld naar alle hikers overigens)

We kijken een filmpje over het ontstaan van de canyon en starten de tocht langs de rand over het pad. Sal speelt met een meisje, plast twee keer tegen een boom en legt een dikke drol daarnaast om indruk te maken op dat meisje. Way to go son, als je 16 bent maar niet meer doen! Afscheid nemen blijft moeilijk voor hem, maar als we terug lopen springt hij al snel over de stenen en heeft het best naar zijn zin. Na de boodschappen en wat wifi gebruik van de supermarkt maken we vuur, eten en gaan tukken.

Op zondag krijgen we weinig grip op Sal. Hij huilt veel, zelfs autorijden helpt niet om hem in slaap te krijgen. Maar als we dan eindelijk weer op de camping zijn valt hij in slaap. Het is soms best lastig dus besluit ik wat ‘stoom af te blazen’ door alvast het hout te hakken, wat ik onder het genot van een lekkere hoosbui doe. Als echte Nederlander graaf ik een geul voor het water, hang hier en daar iets zwaars aan de tarp en alles blijft droog. Op deze manier heb ik mijn eigen mini-Colorado river gemaakt, hoe leuk.

Maar we redden de dag! Als de mini-ranger wakker is gaan we snel naar een ‘Condor-talk’ die wordt gegeven door een heuse ranger uit het park. Hij vertelt honderd-uit over de bijna uitgestorven vogel die nu weer op zijn weg terug is. Hij laat kinderen de verschillende vogels uit het park nadoen en bezorgt een van de jongetjes nog een klein trauma door te zeggen dat raven (die hier 3 keer zo groot zijn als in Nederland) in de lucht een salto kunnen doen en dat hij (het jongetje) dat na mag doen. Het jongetje heeft niet door dat hij, om dat uit te beelden) op de grond een koprol mag maken en loopt huilend weg. Gelukkig vangt zijn vader hem goed op. Het was super informatief en vermakelijk. Wat me het meest bijbleef was dat veel vogels eigenlijk alles eten wat glimt. In een maag van een Turkey-Vulture hebben ze ooit spijkers, bierdopjes, muntjes en lipjes van blikjes gevonden (micro-trash noemen ze dat). Dus we denken nu wel twee keer als er iets op de grond valt!

We rijden na de Condor-talk snel naar het sunset point om van de zonsondergang in de canyon te genieten. Ik maak supersnel eten op de parkeerplek en al etend zoeken we een plekje tussen de mensen (heeeeeel veel Chinezen overigens). Sal zit in zijn buggy met een bord op schoot, terwijl wij de camera’s in de aanslag hebben. Het wachten wordt beloond met een schitterend kleurenspel in de canyon.

Wel een vette verpakking!

Als we weer terug op de camping zijn valt het op dat er erg weinig vuurtjes branden op de camping. Het is dan ook zondag en we vermoeden dat veel weekend-uitjes zijn afgelopen. (of heeft het iets te maken met de waarschuwing op het pak firewood dat de rook inademen niet zo heel erg gezond is?) Wij hebben inmiddels ook besloten om een dag eerder richting Page te rijden, want zoals gezegd, naast naar de canyon kijken is er hier eigenlijk niets te doen. Op naar Lake Powel!