Op zaterdag, na drie weken auto rijden, komt een mooi en rustig stuk van de reis. De ferry tocht van Prince Rupert naar Port Hardy op Vancouver Island. We hebben besloten om de dag daarvoor al richting Port Hardy te reizen, op een kwartiertje rijden van de ferry. Om daar te komen rijden we weer de Highway 16 af richting het westen, omdat we nog langs ‘Ksan willen, een historical site met een sjamanistische achtergrond. We komen snel terug op ons besluit om zonder gids rond te wandelen. Je kan namelijk niet in de huisjes kijken. Onze tourguide Jeanette, die bij de ‘Wolf clan’ hoort, neemt ons mee, vergezeld van haar bluetooth speaker. In de huisjes krijgen we een mooi verhaal te horen over de achtergrond van de cultuur, de kleding, de manier van leven en meermaals, wat er na de komst van de Europeanen gebeurde. Ik heb daar eerlijk gezegd een klein beetje plaatsvervangende schaamte voor. De eens zo rijke clans die in volstrekte harmonie leefden met elkaar (weinig oorlog), de natuur en de geestenwereld (alles heeft een ziel, van de dieren tot de stenen) zijn langzaam aan terug gebracht tot een stipje in de historie. Ik denk niet dat de ‘first nations programs’, die de oorspronkelijke bewoners een betere plek in de maatschappij moeten geven, dat goed kunnen maken. Wat ik schitterend vind is dat mijn eigen ervaring met sjamanistische rituelen tijdens de diverse mannenwerken nu een klein beetje extra diepgang krijgt. Klein beetje dan…
Na de lunch bij de lokale bakker ‘Skeena Bakery’ die ons is aangeraden door Andrea, rijden we eigenlijk in een keer door naar Port Hardy. Met name omdat de directeur als een blok ligt te slapen achterin en wij dus daar geen omkijken naar hebben. Al die indrukken doen hem goed, denk ik dan maar. De aankomst in Port Hardy is interessant. We hebben een goedkope camping gereserveerd maar bij aankomst moeten we eerst op zoek naar de beheerder. Een super aardige dame die overduidelijk getekend is door het leven komt uiteindelijk aangelopen. En als we beter kijken dan lijkt het alsof op deze camping wel meer ‘outlaws and outcasts’ permanent lijken te wonen. De een zonder tanden, de ander loopt eeen beetje gek. Weer een ander verzamelt allerlei spullen achterin zijn oude Ford F150 pickup (mijn favoriet). De huiskat wordt aan een touwtje uitgelaten. Maar we kunnen (of eigenlijk Hannah) even de poepexplosie in de wasmachine doen, zetten de tent snel op en besluiten om vroeg naar bed te gaan. Het grappige is dat omdat we deze nacht echt als ‘moetje’ zien (we moeten om 5:30 bij de boot zijn) we ook niet zo goed weten wat we moeten doen. Omdat we nog moeten eten rijden we (dachten we) even Prince Edward in voor een frietje. Helaas, Prince Edward is eigenlijk alleen een vissershaven die wordt bewoond door de mannen en vrouwen die op de boten werken… In Prince Rupert duikt de gele M op en Sal eet zijn eerste (deel van een) Happy Meal.
Om 4:30 gaat de wekker, alle spullen worden in de auto gezet en met het nog warme kind op mijn schoot rijden we richting de haven. We krijgen weer een beetje rolstoel voorrang, wat best fijn is, en gaan na het boarden op zoek naar onze cabin die we gelukkig hebben gereserveerd. De cabin heeft twee bedden, een eigen toilet, een douche en uitzicht op het water. Superduper, zo komen we die 16 uur durende reis wel door op de boot! Het is erg rustig, beetje bewolkt en super aardig personeel. Op dit moment varen we net de haven in van Bella Bella, waar de zon gaat schijnen. Helaas nog geen walvissen gespot, maar ik denk dat dat nog wel komt als we wat meer op open water varen. Tot nu toe zijn we vooral tussen de eilanden door gevaren!