Op zondag rijden we van Adels Grove weer over zo’n 200 kilometer dirtroad. Het eerste stuk is het stuk terug naar Gregory Downs, zo’n 90 kilometer (geen plassen meer), daarna volgt een stuk van 120 kilometer wat goed te doen is. Af en toe een dikke steen of ribbels, maar het vooruitzicht van asfalt maakt een hoop goed. Ons doel is Camooweal, waar we een plek hebben gezien in ons boek die het meest hardcore is van allemaal: een stuk in de natuur waar een paar vuilnisbakken staan, meer niet. Als we aankomen en een beetje zoeken naar ‘de plek’ vraag ik een medezoeker of hij weet waar we mogen gaan staan. Stom, het antwoord is natuurlijk ‘yieah, all good, pick anywhere mate’. We vinden een mooie plek bij een resterende plens water, met pelikanen en andere vogels. Dit hoort een enorme rivier te zijn, maar, zoals gezegd, het regent al maanden niet meer. Wel waait het wat, maar gelukkig vindt Hannah een oude olieton zodat we de gasbrander daarbinnen kunnen zetten.
Als Hannah een paar vuilnisbakken neerlegt op hun kant springt er een wilde kat uit, iets dat we nog niet eerder hebben gezien. Vast geen lieverdje, even oppassen dus. We eten beaf mince (gehakt), spaghetti en rode saus. Mmmmm. Na het eten maak ik een vuur, gewoon omdat het kan, van gevonden droge stammetjes die we samen hebben verzameld. Het fikt allemaal iets te makkelijk en ik stel me voor wat er zou gebeuren als er hier iemand onachtzaam een lucifer zou weggooien… Daarom maak ik het vuur goed uit als we gaan slapen (de wind is wel gaan liggen maar zou maar eens weer de kop op kunnen steken). De sunset is super mooi, wijds uitzicht, felle kleuren. Ergens in de nacht worden we even wakker van een varkens-achtig geluid en wat geschuifel langs de tent. Het verdwijnt vanzelf, het zou de kat kunnen zijn geweest…
Als ik rond 6:00 wakker wordt (sunrise) ontvouwt zich een kleuren-spektakel aan de horizon en over het minimeer heen. Er zijn nog een paar sterren, er is niemand om ons heen, alleen de vogels, de vliegen en de opkomende zon. Het is in 1 woord fantastisch. Na een eitje en het opruimen van de tent (wat nu wegens de wind even duurt want normaliter beperken we het tot het absolute minimum aantal haringen) vervolgen we onze weg richting Tennant Creek.