Yosemite

Het veel belovende Yosemite National Park staat op het programma. De ochtendrit die om 6:30 begon brengt ons langs kleine dorpjes, slingerweggetjes, boomgaarden en uiteindelijk bergen en naaldbomen. Er staat een file voor de hokjes waarlangs je het park in moet. En in dit deel van Yosemite (het westelijke deel) is er recentelijk veel brand geweest dus zijn veel (miljoenen) bomen dood. Geen groene naalden, alleen een zwarte stam.

Bron foto: The Guardian 😉

Maar dat is goed, want je ziet ook alweer nieuwe scheuten hun best doen om te groeien. Wíj doen ons best om onze weg te vinden naar camp ground ‘Crane Flat’, op een half uur buiten Yosemite Valley (de main spot). Uiteraard is deze ‘full’ maar niet vol, er is nog één plekje over. Deze plek is echter zo onbegaanbaar voor onze gear dat we overwegen om verder te rijden. Maar dan komt ranger ‘Bob’ in zijn rode pickup aangereden en regelt even een betere plek. Ook niet ideaal, beetje schuin, maar met behulp van wat stenen en de houten platen die we nu al 10 weken meezeulen krijgen we de bus aardig recht. We kunnen 1 nachtje vooruit, gelukkig.

Cal en Sal

En hoera, we ontmoeten op de plek naast ons Jimmy, Marjory en hun twee zonen Jet en Cal. Cal is 4 en een ideaal speelmaatje voor Sal. Jet is wat ouder en wat meer terug getrokken. Cal en Sal klimmen op de bear-proof lockers, springen er van af, rennen, gillen, wat een genot om ze te zien spelen. Net als in Sequoia chillen we de eerste dag bij de van en babbelen wat met Jimmy en Marjory. Zij zijn in de gelukkige positie dat ze ín Yosemite Valley een plek hebben gekregen voor 1 nacht van een vriendin op ‘North Pines’, een van de betere campings. We wisselen nummers uit en beloven ons best te gaan doen om ook op North Pines te belanden.

Het is eigenlijk heel simpel. Je wilt gewoon niet buiten het park op een camping zitten, want dan ben je een uur bezig om bij de mooie dingen zoals El Capitan, de watervallen, Half Dome en de mooie weides te komen. En een uur weer terug, zonder file. Want het is hier heel erg druk, te druk eigenlijk. Je moet je dus inschrijven op een wachtlijst als je niet al in 1987 wist dat je deze dagen in het park zou zijn. Er zijn nog 15 wachtenden voor u (we zijn dus nummer 16) en moeten om 15:00 terugkomen. We slenteren wat rond bij het visitor’s center en komen mede door de file als een stomme navigatiefout van ondergetekende pas om 15:15 bij het kantoortje aan. Hannah gaat naar binnen. Het duurt even. Dat is hoopvol denk ik. Hannah komt naar buiten. Het is geregeld.

In het kantoor gebeurde het volgende. Er waren 7 plekken beschikbaar, maar omdat we te laat waren zijn nummers 8 t/m 15 inmiddels al verdwenen. Hannah gaat gewoon in de rij staan en zegt als ze aan de beurt is ‘ik ben nummer 8’. Als een mirakel is er tijdens het wachten een plek vrijgekomen en, ‘durf te vragen’, deze plek op Upper Pines kan worden omgewisseld voor … een ADA plek op North Pines, vlakbij nummer 524 waar Cal staat!

Yosemite Falls

Als dat is geregeld kunnen we met een gerust hart richting de Yosemite Falls om deze immens hoge watervallen te bekijken. Ze bestaan uit de Upper Falls (onbereikbaar voor velen zonder de juiste gear), een middenbekken en de Lower Falls die prima te bezoeken zijn. Overigens zijn de Lower Falls niet zonder gevaar want een paar dagen eerder is er nog iemand daar om het leven gekomen. Veel mensen klauteren de rotsen op, maar die zijn spekglad…

Die avond zijn we uitgenodigd voor een ‘hard liquor’ bij Jimmy en Marjory. Het is super gezellig en om 21:00, bedtijd voor velen op de camping, taaien we af. We maken zelf nog een vuur en stoken dat lekker op tot een uur of 0:00. Op deze camping krijg je hardhout om te branden. Dat start wat lastiger maar blijft wel heel erg lang vlammen!

Yosemite Rangers in hun pickup

Maandag 5 augustus, de laatste kampeerdag, berusten we er in dat we misschien wel geen slaapplek kunnen vinden voor de nacht en het park uit zullen moeten rijden. Dat geeft ons ook de rust en tijd om fietsen te huren. Er is namelijk wel één handbike in Yosemite Valley! Hoera! We huren hem, samen met een beachbike voor Hannah met aanhanger voor Sal.

De beachbike…
… en de aanhanger.

De handbike is een beetje gammel, wat in den beginne tot wat frustratie leidt, maar we kunnen een mooi rondje maken door de natuur.

Here we go!

Na de tocht eten we een super lekker ijsje en rijden terug richting het kampeer-kantoortje. En ja! Tijdens dat tochtje zien we dan toch eindelijk wel één blackbear in het wild. Hier deden we het voor! (lees met lichte ironie, wij begonnen inmiddels te geloven dat die beren een verzinsel waren om toeristen te lokken) Het kantoor is dicht maar we doen een ultieme poging op North Pines. Helaas pindakaas.

Maar we hebben zóveel geluk gehad de afgelopen weken en zo immens veel mooie dingen gezien dat we met een gerust hart kunnen vertrekken uit het park. Ons doel is camping ‘Dimond O’ omdat we vermoeden dat daar nog wel een plekje vrij zal zijn. Als we aankomen rond 22:00 is het daar echter ook ‘full’ en donker, dus zetten we de hippie van op de parkeerplek neer, vullen een self-check-in kaart in en gaan slapen.

We zijn nette mensen, ook om 22:00 ‘s avonds

De volgende ochtend worden we wakker door het gebrom van de golfkar van camphost Fred. Net als Tyla is hij super aardig en zegt ‘you could have woken me up, spot number 37 was free! We maken gebruik van zijn aanbod om alsnog die plek te kunnen gebruiken om te ontbijten en wat op te ruimen. We geven de meeste kampeerspullen weg aan de buren op de camping, geven Sal’s bad en de planken aan Fred, gooien een berg andere rommel die uit alle hoeken en gaten van de bus komt weg in de dumpster en gaan minstens 100 kilo lichter op weg naar onze eindbestemming, San Francisco!

Zelfs wakker worden op de parkeerplek van Dimond O is mooi.