Van Zion naar Vegas dat is peanuts, 150 miles dus ongeveer van Amsterdam naar Keulen. De Interstate 15 is onze grote vriend en al snel rijden we ‘Sin City’ binnen. Gelukkig is het hier weer superheet, maar nu ook ‘s nachts. Dat wisten we, dus zitten we in het ‘Circus Circus’ hotel aan ‘The Strip’.
Inchecken in een hotel dat is mijn ding, dus ga ik nietsvermoedend de lobby binnen en wordt begroet door een immense massa van mensen die alle kanten op krioelt. Naar het zwembad, naar de hotelkamer, naar de parking, naar de winkeltjes, naar buiten, naar binnen maar vooral naar … het casino van het hotel. En er staat een rij voor de balie en er zijn wel 10 employees daar mensen aan het inchecken en gelukkig mag ik van een vriendelijke meneer meekomen naar een apart kamertje voor de vips en is het weer even rustig… Onthou dus dat wij net uit een park komen en alweer een tijdje aan het kamperen waren. Dus aan zo’n drukke stad moeten we weer even wennen!
We hebben een prima, kleine kamer, geen ADA, maar ik schroef gewoon de deur uit de badkamer (met de multi-tool dus!) en dan is het ook werkbaar. En wow, ze bestaan nog, een buizen televisie met wel 10 kanalen reclame onzin en af en toe wat nieuws. Het is bijzonder hoeveel tijd ze hier kunnen besteden op CNN aan de ‘dems’ en de ‘reps’ en Trump en Pelosi en al die andere politieke figuren die hier elkaar aan het uitschelden zijn.
Leven doe je in Vegas eigenlijk alleen ‘s avonds en ‘s nachts en we zitten dus al snel in de bus richting de grote hotels en casino’s zoals Caesars en Bellagio. In die bus zit weer eens zó’n lekkere onbeschofte buschauffeur die zijn baan overduidelijk niet leuk en uitdagend meer vindt. We wonen hier niet vriend, je mag ons best een heel klein beetje helpen met het vinden van de weg. (De chauffeur op de terugweg was super) Maar, we stappen uit bij halte Caesars Palace en duiken de eerste de beste tent in om wat te eten. De Margaritaville blijkt een schot in de roos, met vliegtuigen aan het plafond en nep-dieren overal en best ok eten.
We vervolgen onze weg zuidwaarts over The Strip en wandelen nietsvermoedend door een casino heen. Als we Sal op een kruk achter een slot-machine willen zetten worden we aangesproken. ‘Before you get too comfortable, kids are not allowed in the casino’. We kijken om en daar staat een met plastic en siliconen gerepareerde dame, compleet voorzien van de opgespoten lippen en opgetrokken wenkbrauwen. Of is het wel een dame…. vragen we ons af. We nemen maar geen foto (en al helemaal niet van haar) want dan wordt er vast een van de alom vertegenwoordigde beveiligers geroepen.
Saillant detail van het zuidelijke deel van The Strip is overigens dat het helemaal niet in Las Vegas ligt, maar in ‘Paradise’. Maar who cares! We wandelen vervolgens ‘Paris Las Vegas’ binnen met een heuse replica van de Eiffel toren en weer een enorm aantal black jack- en roulettetafels, games en slot machines. Ha, maar daar is ook waar we naar op zoek waren, de ijswinkel! We hebben het tot nu toe voor elkaar gekregen om Sal tussen 20 en 21 in bed te hebben, maar dat gaat hier dus niet lukken. Hij zal tevens moeten bijkomen van alle prikkels deze en de volgende avonden…
Ongeveer tegenover ‘Paris’ ligt de vijver van het Bellagio hotel waar elk kwartier een voorstelling wordt gegeven met fonteinen. Wat wel weer mooi is, is dat we nét op tijd zijn voor een uitvoering met een nummer van Metallica en Enrico Moricone, ‘The Ecstasy of Gold’. Ik vind het prachtig en bijna ontroerend, want de fonteinen lijken net dansers. Misschien wordt ik door die trigger ook wel extra geraakt door de man die buiten een ‘CVS’ (een soort kruidvat) staat met een bord ‘anything will help’. Zo staan er hier heel erg veel en we kunnen het niet over ons hart verkrijgen om niet bij de Subway een broodje en wat te drinken te halen voor hem. Kan ons die $10 nu wat schelen, deze man heeft het harder nodig dan wij. ‘Mental and financial problems’, is het antwoord als ik vraag wat zijn story is. We wensen hem het allerbeste.
Las Vegas kent heel erg veel drugs- en armoede gerelateerde problematiek. Veel van de slachtoffers hiervan wonen in de riolen onder de stad, die extreem groot zijn omdat ze zijn berekend op hele heftige regenval. Die regenval komt niet zo vaak, dus is het er goed toeven. Slechts één keer per jaar komt er iemand om in de riolen door zo’n hoeveelheid water. Je moet trouwens niet gek opkijken als er iemand keurig gekleed uit het riool komt en een casino binnenloopt. Ze hebben dan speciaal een pak om in de casino’s op zoek te gaan naar geld, coins of win-tickets. (straks meer over onze kruistocht tegen de honger!)

We lopen die avond even door het casino van het hotel want dat hadden Hannah en Sal nog niet gezien maar blijven niet al te lang want het is al laat. De volgende ochtend moeten we buiten het hotel op zoek naar ontbijt. Dat vinden we in een tent genaamd ‘Peppermill Fireside Lounge’, tegenover het hotel. We bestellen, maar de vriendelijke dame die ons helpt suggereert dat we iets minder nemen. Dat is maar goed ook want er komt zo immens veel eten op tafel, dat ik me werkelijk schaam voor al het eten dat (als we eens goed kijken) terug naar de keuken gaat en hoogstwaarschijnlijk wordt weggegooid. Ik maak een statement door geen fooi te geven en een opmerking op de bon te maken en we nemen ik denk wel 1 kilo aan eten mee in twee styrofoam boxes. Gelukkig zit buiten op de stoep hulpbehoevende nummer twee, die we verblijden met het eten.

Nadat Sal zijn slaap heeft ingehaald van de avond ervoor spenderen we nog 1.5 uur in het Children’s Museum van Las Vegas en eten bij onze nieuwe ‘1 keer in de week verslaving’, het vegetarisch organisch restaurant. We eten zwarte chips en vegetarische burgers en pizza en salade en een smoothie van organic bio blueberries en als toetje een lekkere chocolade muffin. Je lichaam moet er wel even aan wennen aan al die nieuwe dingen. De restjes pizza geven we weg op straat.
Die avond spenderen we nog in het kinder-deel van het casino en winnen natuurlijk ‘credits’ om later allerlei prullaria te kunnen kopen. Sal vindt het prachtig en denkt dat al dit moois allemaal zomaar uit de lucht komt vallen en wij doen ons best om uit te leggen dat je toch echt eerst geld moet verdienen met werken en dat je dán pas op vakantie kan. Kwam het over? Nee.

Op zaterdag proberen we zo goed en zo kwaad als het gaat te chillen bij het zwembad. Maar dat is niet zo makkelijk in 45 graden… Rond 2 uur gaan we er uit om nog even af te koelen in de hotelkamer want we hebben om 4 uur kaartjes voor het Neon Museum in het noorden van Las Vegas. Dat is echt een mooie plek, waar een non-profit organisatie allerlei oude neon- en andere reclameborden verzameld, eventueel opknapt en tentoonstelt (https://www.neonmuseum.org). Het enige gekke aan de plek is dat we de hele tijd het idee hebben dat we worden gevolgd. De suppoosten draaien een soort shifts waardoor er de hele tijd iemand op een hoek naar je aan het kijken is of je niet iets aanraakt. Beetje spooky.

Die avond vinden we een heerlijke Thai in het noordelijke deel van Las Vegas, Fremont Street. Dit is eigenlijk een veel leuker deel van de stad want het is niet zo druk met mensen en lichten en geluid. Als we binnen zitten komt er op zeker moment een man binnen die om rijst vraagt. De enigszins blue aangelegde serveerster zegt dat dat $2 kost. Als de man vervolgens afhaakt bied ik hem mijn rijst aan. Dat lijkt hij te accepteren, maar als de serveerster het in een styrofoam heeft gestopt, met een plastic lepel en een beetje soja saus, is hij vertrokken.

Dit ‘gedrag’ zien we later nog een paar keer op straat, maar op zeker moment ‘vinden’ we een blije dame die onze doggy-bag met restjes wel wil hebben. We hebben ons best gedaan om in deze overvloedige rijkdom een klein beetje om te kijken naar de mensen die het minder goed hebben. Maar hoe gevaarlijk het is om in een casino ‘te ver’ te gaan (en in de problemen te komen) dat ondervind ik zelf die avond. Ik ben heel risico-avers en heb op de eindejaars-loterij na nog nooit echt gegokt. Er zit nog $13 in de portemonnee en dat stop ik in een één-armige bandiet. Al snel win ik en heb ik wel $78 bij elkaar. Maar net zo snel als het er bij kwam stort het als een kaartenhuis weer in elkaar en eindig ik met niks. Maar dan denk je ‘wat als ik nog $1 had, stel nou dat die man of vrouw na mij er $1 ingooit en dan $1000 wint, wat dan, waarom heb ik niet nog $1 ergens?’. Het is maar goed dat er niet meer geld in de portemonnee zat, je niet met creditcard kon betalen in die machine en de pinautomaat ver weg was.
Het is tijd om naar Los Angeles te vertrekken!